Zes typen uitstellers

Uitstelgedrag is aangeleerd gedrag. Niemand wordt geboren als uitsteller; ooit ontdekken we dat het uitstellen van taken iets oplevert. Gaan we het vaker doen, dan wordt het gaandeweg een gewoontepatroon met alle gevolgen van dien. De negatieve spiraal waar uitstellers in terecht komen is moeilijk op eigen kracht te doorbreken. Uitstellen kan allerlei vervelende emoties oproepen, zoals schuldgevoelens, teleurstelling. En desondanks blijft het patroon van zich iets voornemen, en het toch niet doen zich herhalen.

Waarom stellen we uit?
Uitstellen heeft een functie, en om het patroon van uitstellen te doorbreken, helpt het om inzicht te krijgen hierin. Vanuit de psychologie wordt uitstelgedrag verklaard vanuit het idee dat ieders verleden een grote invloed heeft op hoe men zich in het heden voelt. Met name het gezin waarin men opgroeit en de opvoeding is hierbij van groot belang.

Uitstelgedrag heeft twee belangrijke functies: 1. angstvermijding en 2. het beschermen van het gevoel van eigenwaarde. We onderscheiden zes verschillende typen uitstellers.

  1. De Perfectionist
  2. De Overwerker
  3. De Dromer
  4. De Uitdager
  5. De Adrenalinezoeker
  6. De Piekeraar

1. De perfectionist

De Perfectionist is iemand met oog voor details. Voordeel hiervan is dat je als je met een Perfectionist samenwerkt er zeker van kunt zijn dat hij grondig te werk zal gaan, en alle puntjes op de ‘i’ zal willen zetten. De eigen norm ligt echter vaak zo hoog, dat die eigenlijk nooit bereikt kan worden. Hij stelt extreem hoge eisen aan zichzelf (en anderen): alles moet perfect gedaan worden. Perfectionisten zijn bang om te falen; ze koppelen hun gevoel van eigenwaarde direct aan hun vaardigheden en hun prestaties van het moment: eigenwaarde = prestatie.

De Perfectionist gebruikt uitstellen om deze keten te doorbreken. Door bijvoorbeeld te laat te beginnen met de voorbereiding van een tentamen kan de Perfectionist niet meer op zijn prestatie worden beoordeeld, aangezien hij tijd te kort kwam. Dit proces noemt men ‘self-handicapping’: door net zolang te wachten totdat je echt geen tijd meer hebt om iets nog fatsoenlijk af te ronden, beschermt de uitsteller zichzelf tegen potentieel falen. Als het dan niet goed genoeg gaat kan je altijd nog zeggen ‘Ja maar toen had ik zo weinig tijd over dat ik het onmogelijk goed kon doen. Het ligt dus niet aan mij, maar aan de omstandigheden (=tijd)’. Behalve het beginnen aan een taak stelt de Perfectionist soms ook het afronden van een project uit: perfectie is immers onhaalbaar, dus het is nooit goed genoeg. Dit kan zich bijvoorbeeld uiten in het iedere keer opnieuw beginnen met hetzelfde hoofdstuk te bestuderen, ook al heb je daar gisteren ook al meer tijd aan besteed dan je er eigenlijk voor had.

2. De Overwerker

Haast neemt toe in onze samenleving. Technologie-ontwikkeling maakt dat we steeds meer doen in steeds minder tijd. Speciaal voor de Overwerker is dit een slechte ontwikkeling. De Overwerker is een sociaal mens; het is iemand die je graag als vriend of vriendin in je omgeving hebt. Het is iemand die altijd voor je klaar zal staan als je hem nodig hebt. Voor de Overwerker zelf is dit niet altijd even prettig, aangezien hun eigen behoeften en doelen regelmatig ondersneeuwen, en geen aandacht krijgen.

Overwerkers zijn mensen die altijd ‘ja’ zeggen als hun gevraagd wordt iets te doen. ‘Ja’ zeggen is een manier geworden om zichzelf competent en waardevol te voelen. Ze zijn daardoor eigenlijk altijd druk met ‘dingen’, meestal voor anderen. Aangezien ze op meer ‘ja’ zeggen dan gezien hun tijd realistisch is, kan niet alles uitgevoerd worden. Meestal gaat dit ten koste van wat ze voor zichzelf echt belangrijk vinden. Oftewel: ze stellen hun eigen wensen en behoeften uit. Dit type uitsteller is moeilijk te herkennen. Immers: ze zijn altijd bezig met iets, dus niemand verdenkt hen van uitstellen.

3. De Dromer

Het vermogen om te dagdromen maakt het mogelijk dat we in ons hoofd bedenken wat we allemaal wel zouden kunnen doen en bereiken, wat we graag willen of hopen. Het kan ervoor zorgen dat we inspiratie krijgen en uitdagingen aangaan. De truc is om dat laatste, het aangaan van uitdagingen, niet te vergeten.
De Dromer vergeet die stap; na het ‘dromen’ volgt niet automatisch het ‘doen’. De scheidingslijn tussen de fantasiewereld en de echte wereld is vaak vaag. Hierdoor blijft hij vaak steken in algemene, grootse plannen, maar komt niet toe aan het maken van een plan van aanpak, het uitwerken van de specifieke taken die hij moet uitvoeren om zijn dromen te kunnen realiseren (in de echte wereld!).

4. De Uitdager

Uitstelgedrag kan het gevolg zijn van een behoefte om niet tegemoet te komen aan gemaakte afspraken. Bij de Uitdager is dat het geval. Hij koppelt zijn gevoel van eigenwaarde aan zijn (on)vermogen om autonoom te functioneren, eigen beslissingen te nemen, kortom, zijn eigen leven te leiden. Hij heeft de neiging om elk appèl dat op hem gedaan wordt te beschouwen als een bedreiging van zijn individualiteit. Als gevolg daarvan zal hij weerstand voelen tegen iedereen die hem –in zijn beleving- zegt wat hij wel en niet moet doen. Uitstellen kan dan gebruikt worden als verzet, als een stil protest tegen de aantasting van zijn eigen autonomie.

Soms gaat dat heel openlijk en staat de persoon in kwestie bekend als rebels.
 Maar ook gebeurt het op een heel subtiele manier: men belooft wel om iets te doen, maar weet op het moment dat men het zegt al dat dat niet zal gebeuren. Vaak zegt de Uitdager ‘Ja ik zal het doen’ maar denkt: ‘Ik kan het wel doen, maar waarom zou ik?’ of juist ‘Ik zou het kunnen doen, maar waarom moet juist ik het doen?’ De Uitdager is vaak in eerste instantie heel vriendelijk in de omgang en bereid om anderen hulp toe te zeggen; hij ervaart het als prettig te merken dat mensen hem hiervoor waarderen. Pas in tweede instantie, als het beloofde nagekomen moet worden, gaat de Uitdager zich afvragen: waarom moet ik dat doen? Het is alsof direct na de belofte een beloning volgde: een goed gevoel over de eigen plannen of een prettig gevoel om gewaardeerd te worden door anderen. Maar op het moment dat de plannen nagekomen moeten worden is dat prettige gevoel al verdwenen en komt ‘dat andere gevoel’: waarom moet ik dat?

5. De Adrenalinezoeker

De Adrenlinezoeker is vaak een vermakelijke vriend, iemand met wie je je geen moment verveelt. Hij heeft een allergie voor saaiheid, en mist niet graag leuke dingen. In zijn buurt zul je dan ook altijd veel beleven.
Als variatie op de Uitdager, die de strijd om de macht aangaat met de mensen om hem heen, kan de Adrenalinezoeker gezien worden als de uitsteller die de strijd met de tijd aangaat. Hij lijkt te zeggen ‘ik laat me zelfs door de tijd niet vertellen wat ik moet doen’. Er is hier echter meer aan de hand dan alleen een strijd tegen de tijd. Dingen op het laatste moment doen lijkt een deel van de persoonlijkheid van de Adrenalinezoeker, als was het iets dat hem speciaal maakt. Ze lijken te kicken op chaos en ‘noodsituaties’. En daarom creëren ze die crisissituaties ook zelf… door tot het laatste moment uit te stellen. Deze hang naar op het laatste moment dingen doen lijkt erg op een verslaving; ze denken niet zonder te kunnen. ‘Ik werk nu eenmaal het beste onder druk’ is hun motto.

6. De Piekeraar

De Piekeraar is angstig als het gaat om veranderingen. ‘De huidige vertrouwde situatie is bekend, en daarom veilig; je kunt die maar beter niet veranderen, want wie weet wat je dan te wachten staat’ is zijn motto. Bij elke beslissing denkt hij eerst aan mogelijke negatieve gevolgen en pas veel later aan de spannende, leuke dingen die kunnen volgen. De Piekeraar stelt vooral het nemen van een beslissing uit. Een beslissing nemen vraagt dat je kunt vertrouwen op jezelf, dat je zeker genoeg bent om een knoop door te hakken. Dit is nu precies wat de Piekeraar mist. Áls men al besluiten neemt committeert met zich er vaak niet aan. Dat wil zeggen dat een besluit altijd nog ‘onderhandelbaar’ lijkt: in de toekomst kun je altijd nog op je besluit terug komen.

Deze tekst betreft een samenvatting en bewerking van de volgende twee publicaties:
Sapadin, L. and Maguire,J., “It’s about time!: the six styles of procrastination and how to overcome them”, Penguin
Books, New York, 1997
Burka, J.B., Yuen, L.M., “Procrastination: why you do it and what to do about it”, Perseus Books, Reading,
Massachusetts, 1983
Naar een tekst van Marjan Ossebaard en Sary van den Heuvel

Author Aurélie Hudig

More posts by Aurélie Hudig